Onderwijsconsulenten

Bij zaken over geïndiceerde leerlingen bestaat de mogelijkheid tot bemiddeling door onderwijsconsulenten. Onderwijsconsulenten zijn onafhankelijke deskundigen. Zij hebben veel kennis en ervaring op het gebied van onderwijs aan kinderen met een handicap, ziekte of stoornis, zowel in het reguliere als in het speciale onderwijs.

Wat doet de onderwijsconsulent?
Onderwijsconsulenten adviseren en begeleiden ouders/verzorgers van geïndiceerde kinderen bij de volgende zaken:

  • plaatsingsproblemen (toelating tot een school),
  • schorsingsproblemen,
  • verwijderingproblemen (dreigende) verwijdering van school),
  • bestedingsproblemen (inhoud en uitvoering handelingsplan, besteding van de rugzakmiddelen).

Zij adviseren en begeleiden ook als ouders en school het niet eens kunnen worden over het handelings-plan. Aan het inschakelen van onderwijsconsulenten zijn geen kosten verbonden.

Onderwijsconsulenten proberen ervoor te zorgen dat er snel een oplossing voor het probleem wordt gevonden. Bijvoorbeeld als een geïndiceerd kind thuis zit, omdat het vanwege zijn of haar beperking(en) niet tot een school wordt toegelaten. Onderwijsconsulenten gaan in gesprek met de school en (de ouders van) de leerling, met als doel ervoor te zorgen dat het kind zo snel mogelijk weer verder kan leren. Als deze bemiddelingspoging niet lukt, kan er een verzoek om een oordeel bij de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) worden ingediend. Weliswaar niet aan te raden, maar er kan ook voor worden gekozen om direct een verzoek bij de CGB in te dienen (dus zonder bemiddeling van een onderwijsconsulent). U moet als verzoeker dan wel voldoende feiten kunnen aanvoeren die ongelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte kunnen doen vermoeden. Zie verder hieronder.

Wie kunnen een onderwijsconsulent inschakelen?

Een onderwijsconsulent kan worden ingeschakeld door:

  • ouders of de wettelijk vertegenwoordiger van de geïndiceerde leerling met een leerling gebonden financiering;
  • ouders of de wettelijke vertegenwoordiger van een niet-geïndiceerde leerling die langer dan 4 weken thuis zit, zonder uitzicht op een schoolplaatsing;
  • scholen (speciaal en regulier onderwijs);
  • instanties, zoals REC’s, ambulant begeleiders, coördinatoren van het samenwerkingsverband WSNS.

 

Commissie Gelijke Behandeling

Per 1 augustus 2009 is de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische (WGBH/CZ) ziekte uitgebreid met primair en voortgezet onderwijs. U kunt de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) vragen een oordeel uit te spreken over ongelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte. Het gaat daarbij om ongelijke behandeling in het reguliere basis en voortgezet onderwijs. De procedure bij de CGB is kosteloos.
Het verbod geldt niet bij de toelating tot en deelname aan speciaal onderwijs.

Bij geïndiceerde leerlingen eerst onderwijsconsulent inschakelen!

Tot nu toe werden de meeste zaken over ongelijke behandeling ten aanzien van geïndiceerde leerlingen met een ‘rugzakje’ (leerling gebonden financiering) aan de onderwijsconsulenten voorgelegd. Zij treden op als bemiddelaars. In de meeste gevallen leidt dit tot een snelle en bevredigende oplossing. De CGB wil deze werkwijze dan ook vasthouden. Daarom raadt zij aan om bij dit soort zaken eerst een onderwijsconsulent te raadplegen. Als dit niet tot een oplossing leidt, kan men altijd nog bij de CGB terecht.

Wanneer kan de CGB worden ingeschakeld?
De uitbreiding van de WGBH/CZ met het primair en voortgezet onderwijs (neergelegd in artikel 5b van de WGBH/CZ) betekent dat vanaf 1 augustus 2009 ongelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte in het primair en voortgezet onderwijs verboden is.
Het verbod geldt voor:

  • de toegang tot het onderwijs,
  • het aanbieden van het onderwijs,
  • het afnemen van toetsen,
  • het afsluiten van onderwijs.

Bovendien bepaalt de wet dat als (een ouder van) een leerling met een beperking om een doeltreffende aanpassing vraagt, de school verplicht is om deze te realiseren. Alleen als dit onevenredig belastend is, kan de school dit weigeren.

Bij een doeltreffende aanpassing kan gedacht worden aan:

  • aangepast lesmateriaal,
  • aangepast lesrooster,
  • extra tijd voor examens

De uitbreiding van de wet leidt er niet toe dat iedere leerling met een handicap of chronische ziekte altijd recht heeft op toelating tot een reguliere school van zijn of haar keuze. Het schoolbestuur kan namelijk geschiktheidseisen aan leerlingen stellen.